Slot van 3FM serious request voor het Nederlandse Rode Kruis | 12/24/2012
Zoals elk jaar wordt ik weer emotioneel van het slot van 3FM Serious Request. Waarom? Geen echt idee, ik denk vanwege het feit dat er zoveel energie wordt gestoken in een goed doel van de organisatie die mij erg aan het hart gaat; het Nederlandse Rode Kruis.
Door de drie DJ's en hun collegae van 3FM, door mijn collegae vrijwilligers van het Nederlandse Rode Kruis, maar bovenal door alle Nederlanders die zich via allerlei acties hebben ingezet om geld te verzamelen voor dit doel van het Rode Kruis: terugdringen van babysterfte! Dat doet mij gewoon wat!
En dan tijdens het schrijven van deze blog wordt de uitslag bekend gemaakt: €12.251.667,- een ongekend bedrag waar ongelofelijk veel babies en gezinnen mee geholpen kunnen worden in de derde wereld.
Voor diegene die twijfelen of dit wel goed besteed wordt, check regelmatig de website van het Nederlandse Rode Kruis al waar er verantwoording wordt afgelegd voor de gedoneerde en besteedde gelden! Geloof me maar, het komt goed terecht!
Nederland, 3FM, Giel, Gerard, Michiel en collegae, Enschede... namens deze Rode Kruis vrijwilliger: bedankt, we zullen het nooit, nooit vergeten!
Team Apeldoorn zet een verrassende prestatie neer tijdens de landelijke Rode Kruis Eerste Hulp wedstrijden in Zaandam | 11/12/2012
Zaterdag 10 november zijn in het regio college Zaandam de landelijke Rode Kruis Eerste Hulp wedstrijden gehouden. Veertien teams uit het land streden om de eerste plaats. Daarvoor dienden zij gedurende de dag 8 verschillende ensceneringen met diverse slachtoffers, zo goed mogelijk te doorlopen. Men werd o.a. beoordeeld op het stellen van de diagnose, het verlenen van eerste hulp en het geruststellen van de slachtoffers.
Tot zo ver de beschrijving van de afdeling Zaanstreek-Waterland die dit jaar de wedstrijden organiseerde. Onze afdeling Apeldoorn was afgereisd naar Zaandam om vooral te leren. Na een debuut tijdens de landelijke wedstrijden in september 2010 waarbij we tot ieders verrassing 8e werden hadden we ons in 2011 helaas moeten terugtrekken uit de competitie. Ook dit jaar verliep de voorbereiding allerminst soepel. In april had het romp-team van 4 personen afgesproken om maandelijks te trainen. Echter, we kregen het team aanvankelijk niet op volle sterkte. In mei was niemand in de gelegenheid om te trainen, en juni, juli en augustus gooiden de vakantieschema's roet in de planning.
In september kwam daarbij dat 1 van de teamleden tot zijn schrik vernam dat hij op 10 november examen moest doen bij het Oranje Kruis voor zijn Instructeur Eerste Hulp opleiding. Daar ging 1 van de gewaardeerde leden. Nog een teamlid moest om persoonlijke reden tijdelijk afhaken en nog 1 kon in verband met de verjaardag van zijn zoon niet deelnemen. Met moeite hadden we nog 6 leden over en eigenlijk te weinig geoefend. Pas de laatste week kwamen we toe aan situaties neer te zetten met meervoudige slachtoffers met behulp van lotussen.
Aldus kwamen we zaterdag 10 november aan bij het Regio College te Zaandam en begon onze deelname aan de landelijke Rode Kruis Eerste Hulp wedstrijden. We mochten beginnen bij station B, de groepsopdracht, deze verliep voor ons gevoel zeer rommelig. Als team captain had ik nog niet echt door wat de bedoeling precies was. De teamleden moesten een demonstratie geven aan toeschouwers conform de richtlijnen voor de snelcursus eerste hulp. Als een teamlid een opdracht niet goed had uitgevoerd mocht ik als team captain aangeven dat zij, of een ander teamlid de opdracht nog een keer moest uitvoeren. Het rare was, ik mocht niet toekijken hoe men de opdracht uitvoerde, dus hoe ik moest bepalen of het wel of niet goed uitgevoerd was, bleef ons onduidelijk. Deze opdracht gaf ons wel een mineur gevoel, we waren aardig uit het lood geslagen.
De tweede opdracht was een "veldopdracht" (binnen in de school), we werden bij de kapsalon geroepen, alwaar er een ongeval gebeurt was: een slachtoffer had peroxide ingeslikt, de kapster had zich gesneden, een derde slachtoffer had de verf in haar ogen gekregen en een vierde ging onderuit en kon nog net een spuit/pen pakken. Aanvankelijk dacht ons teamlid dat ze, wegens de pen, een anafylactische shock had, later bleek de pen glycogeen te zijn, wat bij suiker patiënten gebruikt wordt. Ik mocht de melding aan 112 (hoofd jury) dus een keer herroepen en kwam voor mijn gevoel gestrest over. Dat bleef me de hele rit beklijven.
De derde situatie verliep iets vlotter, bij een schoonheidssalon werden we naar binnen geroepen om een slachtoffer te komen helpen. Bij binnenkomst zag ik dat er iemand achter de balie zat, ziekelijk met een emmer voor d'r. De docente in de salon liep in paniek heen en weer. Achterin zat iemand verstijfd bij een klant in een stoel en tot slot ontdekten we dat er iemand suf aan een tafel zat. De cursiste in de stoel bleek een klant te hebben die gereanimeerd moest worden, de medewerkster achter de balie bleek in shock te zijn en de suffe cursiste had iets verkeerd ingeademd. Twee teamleden deden de reanimatie terwijl ik me bekommerde om de docente en de cursiste die bij de reanimaie slachtoffer had gezeten. Bij dit onderdeel werd ik van mijn stuk gebracht door de hoofd jury die pas bij een tweede maal 112 bellen (waarin hij de meldkamer moest nadoen) vroeg welke schoonheidssalon ik was, en dat de ambulance nu alle 5 aan het afrijden was. Dit wekte mijn wrevel, daar de echte meldkamer altijd expliciet vraagt waar je bent. Je kan niemand, ook een team captain van een eerste hulp wedstrijdteam niet, verwijten dat die niet uit zichzelf doorgeeft waar hij/zij op dat moment is. Deze ervaring zorgde weer even voor een dipje in ons zelfvertrouwen.
De vierde casus was in een lokaal waar een groep hobbyisten elektronica scholing kregen. Bij binnenkomst zakte er iemand onderuit en schreeuwde er iemand van de pijn. Even dacht ik dat er maar twee slachtoffers waren. Al gauw ontdekte ik een derde, terwijl ik een teamlid hielp het tweede slachtoffer met het van de trap aflopen van zijn door een steekvlam in het gezicht geraakte en verbrande slachtoffer. Een ander teamlid was ondertussen naar het gespotte derde slachtoffer gelopen. Daar stuurde ik al snel een extra teamlid naar toe, die een collega meehielp bij het eerste slachtoffer (dat een beroerte bleek te zijn).Toen ik eindelijk mijn melding aan 112/hoofd jury wilde doen, zag ik een vierde slachtoffer zitten in een hoekje, versuft met een bloedneus. Daarop 1 van de twee teamleden geroepen die bezig was slachtoffer drie (geëlektrocuteerd) te reanimeren. Terwijl ik keek hoe slachtoffer twee (verbranding) geholpen werd en de melding aan de hoofd jury bijstelde hield ik de tijd in de gaten van de reanimatie. Daarop het teamlid dat de bloedneus hielp verzocht zijn slachtoffer bij mij te brengen, zodat hij de reanimatie kon overnemen. Dit verliep gelukkig soepel, zoals hij later vertelde wilde het slachtoffer onderuit gaan, maar in Apeldoorn bepalen wij als Rode Kruis eerste hulpverleners waar, wanneer en hoe een slachtoffer onderuit gaat, met vriendelijk doch kordaat optreden begeleiden we iemand naar de door ons gewenste plaats en leggen diegene daar neer. Op zijn plek kon ik of mijn collega die de brandwonden bijna verbonden hadden in de gaten houden. Pas toen ik even bij de beroerte ging kijken wilde de versufte bloedneus opstaan, maar toen was het al tijd! Deze casus gaf ons weer een lekker gevoel om door te gaan, ondanks dat ik 3 a 4 minuten verspild had alvorens ik het vierde slachtoffer ontdekt had.
De daaropvolgende situatie was volledig overzichtelijk, er liep iemand rond met d'r handen voor de ogen, en er lag een slachtoffer op de grond. Een casus als deze hadden we al besproken en de rollen verdeeld. Ik wees een teamlid aan, even de verkeerde, maar werd door diegene hersteld dus de juiste ging het eerste slachtoffer helpen: een gevalletje ammoniak in d'r ogen. Het slachtoffer op de grond lag naast een trap, waarop een teamlid met SIGMA ervaring de nek stabiliseerde terwijl d'r collega het slachtoffer toedekte met alu-dekens. Bij het tweede slachtoffer ontdekte ik een derde, met een bebloed hoofd en redelijk verward. Het vierde teamlid zette de beste mand op de grond en verbond diens hoofd. Ik deed de melding aan de hoofd jury, vroeg om de juiste bijstand en observeerde de situatie. Het teamlid dat op de grond lag hielp me door te wijzen op de fles ammoniak en de ammoniak op de grond. De fles deed ik dicht en zette ik weg en de plas isoleerde ik door er een stoel over te zetten. Na de 10 minuten fluisterde een jurylid me in dat wij de eerste groep waren die iets aan de plas ammoniak hadden gedaan. De rest had hoogstens de fles overeind gezet. Met dit compliment op zak liepen we vol vertrouwen naar de volgende situaties.
Om niet alles in detail te bespreken even in het kort. We kwamen nog langs een garage met een koolmonoxide vergiftiging en twee gewonden, een gang en receptie met een bewusteloos slachtoffer en een slachtoffer met epilepsie en een met hyperventilatie. De laatste situatie was in een keuken. Er lag iemand op de grond, bewusteloos. Er snee zich iemand in de been en iemand sloeg zich hard op de hand met een hamer. Tot slot in de spoelkeuken kreeg iemand schoonmaakmiddel in het oog. Bij deze maakte ik de fout dat ik een vierde teamlid uit haar uitvraging van de laatste aanspreekbare omstander in de keuken wegriep om te gaan helpen. Toen ik de beste man later aansprak kwam de goede informatie er niet meer uit. Daarnaast had ik een teamlid de opdracht gegeven het bewusteloze slachtoffer stabiel te draaien op de rechterzijde waar er bloed uit haar oor kwam. Dit terwijl, als we de laatste omstander goed hadden uitgehoord, we hadden kunnen achterhalen dat ze met haar hoofd hard gevallen was tegen de rand van het aanrecht en er mogelijk nekletsel was. Aldus de hoofd jury na afloop. Met de toevoeging, neem dit mee naar je vereniging en vraag aan je instructeur dit eens te behandelen: ik ben de instructeur kon ik toen opmaken en bedankte hem voor deze leerzame ervaring. Want hij had gelijk en ik had mijn teamlid door mijn onrust aangezet tot handelen.
Aldus liepen wij terug naar de centrale hal waar de andere teams zicht ook verzameld hadden. We waren moe en voldaan hoewel we de uitslag nog niet wisten. Voor ons gevoel hadden we het redelijk goed gedaan, gezien de voorbereiding die we hadden gehad. Toen begon het wachten tot de speeches en de uiteindelijke opsomming van de uitslag. Eerst kwam de ranking van de teamleiders. Daar had ik een hard hoofd in, daar ik me niet echt als een goede teamleider zie. Gelukkig werd ik geen 14e, sterker ik bleek bij de beste 10 te zitten, waarop mijn naam als 7e genoemd werd: een 7e plek, bij de beste helft dus. Daar kon ik mee leven. Ik hoopte dat mijn team het beter had gedaan. Dat werden nog enkele zenuwslopende minuten. Want hoewel het team bijna had willen afhaken en uiteindelijk was afgereisd met het idee "het is een trainingsstage" waren we toch steeds competitiever ingesteld geraakt. Ook het team eindigde niet als 14e, of boven de 10e plek. De 7e plaats werd genoemd, en het was nog steeds geen Apeldoorn. Dan hoop je geen 6e te worden, dan val je net buiten de top 5, maar 6e werden we ook niet en ook geen 5e plek. Ongelofelijk in 2010 waren we 8e geworden, van de 32 deelnemende teams weliswaar maar 8e is geen top 5 prestatie (hoewel 8 van de 32 is 3,5 van de 14). Geen 5e, dan hoop je weer geen 4e te worden, want waar 5e betekend dat je bij de beste 5 hoort, is de 4e plek gewoon net buiten de medailles. En toen kwam het, we waren geen 4e... zo luid applaudiseerden we voor de vierde plek, vanwege hun prestatie, maar ook omdat het betekende dat wij met een beker naar huis zouden gaan. Hoe gek zou het nu nog worden? Derde waren we dus, maar 2e misschien, of nog idioter, eerste? Je zou kunnen zeggen, dat we die twee plaatsen net niet bereikten, we werden inderdaad derde. Maar als team captain was ik super trots. Ons collectief deed mijn 7e plek teniet, zoveel beter waren we als team dan ik als teamleider. De teamleider die de teamleiders competitie had gewonnen was met haar team achter ons geëindigd, en dan ben ik blijer met een goede teamprestatie. Van de nummer 4 of 5, Team Horst weten we van dat die vorig jaar eerste waren geworden en elke week trainen. Van de nummer 1, Eindhoven en de nummer 2, een EHBO vereniging met Sint Rafael of zoiets in de naam is bekend dat zij ook wekelijks trainen, een jaar lang. En dan nestelt zich, 2 jaar naar haar debuut, na éen jaar onderbreking, team Apeldoorn zich in de top 3, een prestatie van formaat, al zeg ik het zelf.
En daarom met trots, onze beker:
 |
| 3e plaats team Apeldoorn |
Volgend jaar gaan we deze prijs zeker verdedigen, 25 mei 2013 staat al in onze agenda's. Maar niet alleen dat, ik heb de ambitie om verder te komen, we willen komende maanden gaan trainen zoals Horst en Eindhoven dat doen, zodat we nog beter beslagen ten ijs komen en we wellicht kunnen reiken naar de hogere plaatsen. Wie weet, wordt Apeldoorn een der komende jaren eerste en mogen wij het Nederlandse Rode Kruis vertegenwoordigen op de Europese Eerste Hulp wedstrijden!
Comment: